• Header 1
  • Header 2
  • Header 3
  • Header 4
  • Header 5
  • Header 6

De "Dolle" wordt 75

17 december 2020 om 08:01

In het boek 40 jaar Ijsselstreek keken we terug op zijn carriere

-----
Dries van Wijhe: klasse apart
Kerkdorp. Tussen Oosterwolde en Noordeinde. In het absolute noorden van de provincie Gelderland. Aan de weg staat een man zand in een kruiwagen te scheppen. Als hij vindt dat er genoeg in zit, rijdt hij een stukje door de berm en verdwijnt achter een haag van sparretjes. Achter die haag staat een niet zo heel grote stacaravan. Het huis op wielen is het permanente onderkomen van Dries van Wijhe, z’n vrouw Hilda en z'n dochter. De man met de kruiwagen blijkt Dries van Wijhe zelf te zijn. Hij is een beetje aan het ’knooien’, zoals hij het zelf noemt.

 Dries heeft de kop van een echt buitenmens, verweerd en gebruind. Hij is lang en tanig. Geknipt om bij de verfilming van de avonturen van de gebroeders Sietse en Hielke Klinkhamer en hun boot De Kameleon de rol van boerenknecht Gerben Zonderland te spelen. Dries, de jongen van het platteland. Hij geniet nog elke dag van het uitzicht over de polder Oosterwolde. 'Wat mij betreft het mooiste plekje op aarde,' zegt hij met een gebaar in de richting van de horizon. Hij komt er rond voor uit dat hij z'n achtergrond in z’n sportloopbaan zoveel mogelijk heeft uitgebuit.



’De mensen zagen mij als een boer, die op een melkfiets reed. Dolle Dries, dat werd mijn handelsmerk. Ik was de wielrenner die met de bus naar het Nederlands Kampioenschap kwam en voorin bij de chauffeur liedjes door de microfoon zong. De man, die maar twee of drie versnellingen op de fiets had en toch als eerste bovenop de Cauberg aankwam. De verhalen werden steeds mooier en ik deed er zelf aan mee. En af en toe een prestatie. Ik was niet altijd goed genoeg. Ik was nooit iemand voor het klassement, ik moest het hebben van de uitschieters.’



Kinderzitje
En toch is Dries van Wijhe een bekende Nederlander geworden. Voor een deel zit 'm dat in de verhalen die steeds mooier werden. Zo won hij de Ronde van Kampen op een gewone fiets, die hij na materiaalpech in de laatste ronde vanuit het publiek kreeg aangereikt. In de verhalen wordt het een damesfiets, later een damesfiets met kinderzitje en nog weer later een damesfiets met een kind in het zitje…
Maar Dries had meer eigenschappen, die de massa aanspraken. 'De mensen willen je zien lijden. Ze zeggen weleens, dat ze dooien willen zien vallen. Daar komt het ook zo'n beetje op neer. En lijden, dat kon ik. Als ik over de streep kwam, dan was ik uitgewoond. En dat was te zien ook.'

 
Wide brassen
Wielrennen vonden ze in Kerkdorp, jaren geleden, niet direct de juiste vrijetijdsbesteding voor een boerenzoon. 'Dat was iets,' zegt Dries, 'voor asocialen, voor wildebrassen, die nergens voor deugden. M' n vader en moeder liepen niet over van enthousiasme, toen ik met fietsen begon. Ze vonden het eigenlijk een schande voor de familie. En wat doe je op die leeftijd, je gooit je kop d'r tegenin. Maar je hoefde het niet te wagen, op de fiets te klauteren, als er gewerkt moest worden. Schaatsen, dat deed iedereen, als er ijs lag. Maar wielrennen, dat was heel wat anders.'

Evert – ’Tarzan’ - Dickhof, was het grote voorbeeld voor de jonge Dries. Hij kocht z'n eerste fiets van Berend Schreurs. ’De sukerbule zeiden wij altijd,' laat hij grijnzend weten. 'Die fiets stelde niet veel voor. Een krom stuur en een smal zadel, dat was alles wat er race aan was.' Van Wijhe werd toevallig lid van ’De IJsselstreek’. 'Ik zit hier in Kerkdorp misschien nog wel dichter bij Kampen dan bij Wezep. Ik had dus net zo goed kunnen kiezen voor de KWC, maar een paar jongens die ik kende waren lid van ’De IJsselstreek’ en zodoende kwam ik daar ook terecht.'



Van Wijhe meldde zich aan bij Jaap van 't Ende. 'Die man heeft verschrikkelijk veel voor de vereniging betekend. Hij en Frans Sluyters, dat waren de mannen. Jaap, die regeerde in z'n eentje de vereniging. Frans was iemand, die meer achter de schermen werkte. In die tijd was het een echte vereniging. De meeste leden kwamen uit de buurt van Wezep en/of de kop van de Veluwe. Je hing toch wat meer aan elkaar dan nu.' Verwijzend naar de naam van de toenmalige hoofdsponsor (Golff supermarkten), vindt Dries dat de naam ’De IJsselstreek’ nu net zo goed vervangen kan worden door ’De Golffstreek’. 'Het gebied is veel groter geworden en de renners komen overal vandaan. Ook van veel verder weg. Brabant of Groningen, dat maakt tegenwoordig niks meer uit. Laat ik het niet over mezelf hebben, maar iemand als Fedor den Hertog, die kon veel geld krijgen als hij naar een andere vereniging gegaan zou zijn. Maar Fedor had een eenvoudige theorie: De IJsselstreek heeft mij altijd geholpen, dus help ik ’De IJsselstreek’. En dat liet hij merken ook. Want bij de nationale clubkampioenschappen kwam hij altijd optimaal voorbereid aan de start. Met z'n beste materiaal.'

Die band tussen een renner en de club bestaat volgens Dries niet meer. ’Jeugdrenners stappen zo over als ze ergens anders een broek, een paar tubes en een frame kunnen krijgen.'



Mentaliteit
De beroemdste inwoner van Kerkdorp kan zich voorstellen, dat veel ouderen het moeilijk hebben met die mentaliteit. 'Het is gewoon niet anders, zo zit de wereld tegenwoordig in elkaar. Een vereniging, die mee wil blijven doen, die wil presteren, kan niet anders. Doe je niet mee, blijf je het cluppie van de kruidenier om de hoek. En iedereen, die wat meer kan dan een ander, verdwijnt.'

Voor Dries was het fietsen in de beginjaren een doel op zich. ’Je had in die dagen niet veel. Je ging een keer naar de film, je rookte een sigaretje, je dronk een glaasje limonade. Dat was het. Het fietsen was voor mij vrijetijdsbesteding. Een goede prestatie was meegenomen, maar daar ging het niet echt om. Trainen was gewoon al mooi.’ En door de fanatieke training kwamen de prestaties toch wel.

Dries van Wijhe bleek een meer dan gemiddeld talent te hebben. Door Joop Middelink, de bondscoach, werd hij gevraagd voor de Olympische selectie. 'Iedereen zou misschien rillen van plezier, de Olympische Spelen...’Maar het betekende wel, dat ik naar Papendal moest om te trainen. En dan maakte Middelink uit wat je ging doen. Jongens we gaan dit doen, dat doen, zus doen. Trainen met de bondscoach in de auto erachter. Ging het niet hard genoeg, dan liet hij z'n grote claxon loeien,' vertelt Dries.

'Alles bij elkaar zou de hele voorbereiding een jaar gaan duren. Je een jaar te barsten trainen en dan was er altijd nog de kans, dat je vlak voor de Spelen een griepje zou krijgen. Kon je helemaal aan de kant blijven.' Dries bedankte voor de eer. 'Niks voor mij. Ik denk ook niet dat ik het op die manier 25 jaar had volgehouden.'

 
Verandering
1973 was het jaar van het Nederlands Kampioenschap bij de amateurs (nu in 2020 eliterenners mét en zònder contract) én het jaar van de verandering. ’Eigenlijk trok ik toen de wijde wereld in. Door het kampioenschap was ik in één klap bekend en iedere organisator wilde me aan het vertrek hebben. En daar hadden ze ook wel een paar centen voor over, een reiskostenvergoeding. Dus reed ik overal waar ik gevraagd werd. Limburg, Brabant dat maakte me niet uit. Ik had een Citroën, een ’lelijke eend’, en daarmee reed ik neer alle uithoeken van Nederland. Ik kreeg een vergoeding en ik had een uurtje of wat in de auto gezeten. Als ik het in de wedstrijd moeilijk had, dan hield ik mezelf voor, dat ik niet twee uur had gereden om af te stappen.'

Dries ging het fietsen anders benaderen. 'Het was eerst een pleziertje, een uitje. Vanaf 1973 heb ik geprobeerd van m'n sport te leven en daardoor wordt het anders. Zeg maar gerust een verplichting. De premies, de centen worden dan belangrijker en daar heb je een andere mentaliteit voor nodig.' Binnen De IJsselstreek was daar niet altijd begrip voor. 'Het bestuur van de vereniging heeft me dat wel kwalijk genomen. Als er hier een wedstrijd was, konden ze niet op mij rekenen. Als ik wat kon verdienen, ging ik rustig naar Brabant. Dat gaf scheve gezichten.' Dries van Wijhe werd korte tijd professional. Hij begon een tweede carrière bij het marathonschaatsen. Z'n derde sportliefde werd het skeeleren.

Wat hij ook deed, hij was altijd een keer de beste van het land, de Nederlandse Kampioen. Lid van De IJsselstreek is hij altijd gebleven. Sinds 1980 heeft hij nauwelijks nog wielerwedstrijden gereden. 'Ik ben zelfs lid van verdienste van ’De IJsselstreek’, zegt hij lichtjes grinnikend. 'Dan krijg je het clubblad levenslang gratis'. Maar was dat niet gebeurd, was ik toch wel lid gebleven. Het is altijd mooi geweest, ik kan met plezier terug kijken en de band met de vereniging, die verbreek ik niet zomaar.'

Dries van Wijhe. Dolle Dries. De keizer van Kerkdorp. Een man van sentimenten. 'Toen ik net begon werd ik in Epe derde. Ik voelde me de held van de wereld. 's Nachts kon ik er niet van slapen. Op het podium én een bekertje. Dat heb ik trouwens nog steeds. Het zit ergens in een doos. Dat dingetje uit Epe...'





Banner 2
Banner 3
Banner 5
Banner 8
Banner 11
Copyright © Wv De IJsselstreek 2021 - Gerealiseerd door NUGTR